News

Waarom het nieuwe partnerverlof de ongelijkheid tussen man en vrouw niet tegen zal gaan
Charlotte Boström is a Swedish financial writer and investigator, based in Amsterdam. A regular contributor to Het Financieele Dagblad and NRC Handelsblad, Boström reports on financial and fiscal developments in Western Europe, with a special interest in the Dutch and Swedish welfare states. Before moving to Amsterdam, she worked for the European Commission in Brussels and as an editorial writer for Swedish newspapers. "Being a Swedish person in the Netherlands is a great source of inspiration for me as a journalist. Why is it, for example, that part-time work among women is extraordinarily common here, and why do you need to file your taxes together with your spouse? Those are some of the structural peculiarities I'm investigating in my work." Boström is keen to reach out to the Swedish business community in the Netherlands. Visit her site www.langkous.media if you wish to get in touch or see more of her work. Vaders en andere partners van bevallende vrouwen kunnen in de nabije toekomst langer met betaald verlof na de geboorte van hun kind. De in Nederland wonende Zweedse journalist Charlotte Boström ontdekte dat de nieuwe regeling in de praktijk bepaald niet rooskleurig zal uitpakken, en ook experts zijn sceptisch.   ‘Als jullie ooit een kind krijgen, dan verhuizen jullie toch terug naar Zweden? Iedereen weet dat Zweden bovenaan staat als het gaat om ouderschapsverlof en kinderopvang.’   Ik weet niet hoe vaak ik dit te horen heb gekregen van landgenoten gedurende mijn inmiddels vijf jaar in Nederland. Wij Zweden kunnen behoorlijk arrogant zijn als het gaat om ‘ons systeem’, de welvaartsstaat. Maar natuurlijk zouden we niet naar Zweden verhuizen, puur en alleen om gebruik te mogen maken van jarenlang doorbetaald ouderschapsverlof en bijna gratis kinderopvang met universitair geschoolde leraren, ambachtelijke maaltijden en dagelijkse uitstapjes. Het leven is zoveel meer dan voordelen uit een belastingsysteem persen. Niettemin zag ik het niet echt als een voordeel dat het verlof voor partners van bevallenden in Nederland tot voor kort bijna het kortste van Europa was: twee dagen. Toen ik vorig jaar zwanger werd, begon mijn vriend zijn vakantiedagen op te sparen. Als we goed zaten, zou hij twee maanden met zelfgemaakt vaderschapsverlof kunnen. Maar dan kon hij twee jaar geen gewone vakantie opnemen. In mijn thuisland hadden we allebei zo’n acht maanden doorbetaald vrij mogen zijn om voor ons kind te zorgen. Ik ben de eerste om toe te geven dat dat een beetje zuur voelde. Ons kind werd begin 2020 geboren. Op dat moment hadden partners van bevallende moeders recht op een week betaald partnerverlof. In juli van dit jaar kwamen daar nog eens vijf weken bij. Alsof dat niet genoeg was, kondigde het kabinet in april aan dat alle nieuwe ouders hier over een paar jaar nog eens twee maanden betaald ouderschapsverlof bovenop krijgen. Binnenkort dus in totaal drieënhalve maand betaald verlof voor nieuwe vaders en andere partners. Twee jaar geleden moest deze groep het nog doen met twee dagen betaald verlof. Voor mijn vriend en ik gingen die extra weken partnerverlof aan onze neuzen voorbij. Ik vroeg me af: wat hadden we gemist, en welke effecten zou dat nieuwe verlof hebben voor andere gezinnen? MEER UREN OP HET WERK De officiële reden om betaald verlof voor partners in te voeren, volgens de wet die daarover gaat en die niet toevallig het acroniem WIEG heeft gekregen (Wet Invoering Extra Geboorteverlof): dat het kind kan bonden met allebei de ouders. Daarnaast is de wet bedoeld om ‘de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt te vergroten’. De logica hierachter, aldus minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: als mannen de mogelijkheid krijgen om thuis te blijven met hun kinderen, zullen ze dat ook doen, met als effect dat ze meer in het huishouden doen, zodat vrouwen meer tijd en energie over hebben om meer uren te draaien op hun werk. Dat klinkt goed. Maar klopt die redenering ook? Om hier een antwoord op te krijgen, moet je buiten Nederland kijken. In ons land zijn nauwelijks praktische voorbeelden te vinden van partners die langere tijd thuis zijn gebleven met hun baby. ‘In kwalitatieve onderzoeken in verschillende landen zien we dat vaders die thuis zijn geweest met hun kinderen een groter begrip hebben voor wat er allemaal gedaan moet worden in een huishouden,’ zegt Ann-Zofie Duvander, hoogleraar demografie aan de universiteit van Stockholm, gespecialiseerd in partnerverlof in Zweden. Duvander is betrokken bij het LeaveNetwork, waarin academici onderzoek doen naar gebruik en effect van partnerverlof in verschillende landen. De vermindering van het inkomen van moeders is gemiddeld 39 procent − zelfs acht jaar na de geboorte van het eerste kind nog CHILD PENALTY De onderzoeken die ik lees ondersteunen het betoog van Duvander: als vaders thuisblijven om voor hun pasgeborenen te zorgen, leidt dat tot meer gendergelijkheid binnen een gezin, ook op de lange termijn. In veel gevallen heeft dat als gevolg dat de moeder meer uren draait op het werk. Ik vertel hoogleraar Duvander dat je in Nederland, anders dan in veel andere landen, ook als parttimer een prima baan kunt hebben. ‘Ik moet eerlijk zeggen… dat klinkt best goed,’ reageert Duvander. ‘Dat je je niet dood hoeft te stressen, ook al heb je een goedgekwalificeerde baan. In Zweden kom je in een soort val terecht als je parttime gaat werken: je kunt daar niet echt carrière mee maken.’ Veel Nederlanders zijn inderdaad van mening dat vrouwen hier het beste van beide werelden hebben. Maar als je naar de cijfers kijkt, zie je al snel dat een kind krijgen niet bepaald een carrièreboost is voor vrouwen. De vermindering van hun inkomen, door onderzoekers de child penalty genoemd, is gemiddeld 39 procent − zelfs acht jaar na de geboorte van het eerste kind nog. Dat is een gat waar ze nooit meer uitklimmen. Ook het gemiddelde uurloon gaat omlaag als een Nederlandse vrouw moeder wordt. Dat zie je niet onder haar mannelijke landgenoten: bij hen gaat het uurloon zelfs iets omhoog als ze vader zijn geworden. Maar mensen kiezen hier toch zelf voor?, reageert menig liberale Nederlander dan. En waarom moeten vrouwen per se meer werken en mannen meer doen in het huishouden? SALARISDISCRIMINATIE Tal van studies tonen aan dat het goed is voor de intellectuele en emotionele ontwikkeling van een kind als de partner van de moeder vanaf de geboorte sterk aanwezig is. Maar door maatschappelijke druk en gebrek aan betaald ouderschapsverlof worden partners meestal de kostwinners van het gezin, laat onderzoek van de Universiteit Utrecht zien. In geen enkel ander Europees land werken vrouwen zo vaak in deeltijd , waar 74 procent van werkende vrouwen parttimer is (het EU-gemiddelde is 30 procent). Dat heeft als direct effect dat slechts de helft van alle vrouwen financieel onafhankelijk is (tegenover tweederde van mannen), want daarvoor moet je volgens de Emancipatiemonitor tenminste het minimumloon verdienen − dat is momenteel 1.680 euro bruto. Doordat vrouwen, en vooral moeders, vaker in deeltijd werken, lopen ze een achterstand op op de arbeidsmarkt. Dat heeft tot salarisdiscriminatie geleid, menen onderzoekers bij zowel Atria als Women Inc, twee grote kennisinstituten voor emancipatie. Mannen maken in Nederland meer werkuren, terwijl vrouwen meer onbetaald werk doen in het huishouden en ook nog eens minder vrije tijd hebben. Tijdens de schoolsluiting vanwege het coronavirus kregen moeders nóg minder vrije tijd doordat zij voor de kinderen zorgden en de avonden en weekeinden gebruikten om hun werk bij te houden, toont onderzoek van drie Nederlandse universiteiten. Meer dan de helft van de ouders wil de zorg voor hun kinderen het liefst eerlijk verdelen, maar dat lukt maar in ongeveer een op de tien gezinnen Van Ilze Smit, beleidsadviseur bij kennisinstituut Rutgers, leer ik dat Nederland Europees kampioen is op nog een vlak: in geen ander land mogen kinderen zo jong naar de opvang als bij ons. ‘Tien weken voelt voor veel ouders ook heel jong. Veel moeders kiezen er dan voor om te stoppen met werken of minder te gaan werken. En die ingeleverde uren komen er meestal niet weer bij.’ Smit onderstreept dat thuis blijven voor de kinderen ook mooie kanten kan hebben. Maar ze zegt dat die keus voor vrouwen vaak niet zo vrij is als veel mensen denken, juist door ouderwetse genderrollen en ongelijke zorg- en carrièrekansen voor vrouwen en mannen. Veel gezinnen zijn hier ook niet blij mee. Meer dan de helft van de ouders wil de zorg voor hun kinderen het liefst eerlijk verdelen, maar dat lukt maar in ongeveer een op de tien gezinnen, volgens onderzoek van het CBS en het SCP. HOGERE PRODUCTIVITEIT De politieke strijd voor gendergelijkheid heeft ook een financiële reden: als Nederlandse vrouwen evenveel zouden werken als vrouwen in meer gendergelijke landen, zoals Noorwegen en Zweden, dan zou het bruto binnenlands product (bbp) van Nederland groeien met 114 miljard, ofwel 17 procent, berekende McKinsey in 2018. Vaderschapsverlof leidt bovendien tot hogere productiviteit en meer tevreden werknemers, volgens genderinstituut Rutgers. Het welzijn van het kind, de beperkende genderrollen doorbreken en hogere inkomens voor vrouwen én voor de staatskas: er zijn al met al tal van redenen voor beleidsmakers en anderen om het klassieke Nederlandse anderhalfverdienersmodel omver te werpen. Het introduceren van betaald partnerverlof lijkt de potentie te hebben daar een begin mee te maken, leer ik uit gesprekken met onderzoekers. Bij nader inzien blijken een aantal cruciale elementen te ontbreken als je écht wilt dat het nieuwe partnerverlof zijn doel bereikt. Renske Keizer, hoogleraar familiesociologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, meent dat het nieuwe, doorbetaalde verlof voor partners een goed begin is. Zonder doorbetaling zouden veel mannen geen verlof opnemen, volgens Keizer. Dat zie je terug in andere landen, zoals Duitsland en Zweden. Ook hier in Nederland, trouwens. Elke ouder mag al lang 26 weken onbetaald ouderschapsverlof opnemen, maar die mogelijkheid wordt nauwelijks gebruikt door mannen – wat best logisch is als je kostwinner bent. LAPPENDEKEN VAN REGELINGEN Dat Nederland binnen een paar jaar van twee dagen tot drieënhalve maand doorbetaald verlof voor vaders (en andere partners) gaat, klinkt revolutionair. Maar is dat ook zo? Bij nader inzien blijken een aantal cruciale elementen te ontbreken als je écht wilt dat het nieuwe verlof voor partners zijn doel bereikt. Ten eerste de vergoeding. De eerste week van de WIEG wordt het salaris volledig doorbetaald; week twee tot en met zes met 70 procent (tot een maximum maandsalaris van momenteel 4.845 euro bruto). De daaropvolgende negen weken krijg je 50 procent van je salaris. ‘Wie zal hier gebruik van kunnen maken? Hoogstwaarschijnlijk wordt dit verlof te duur voor mensen met lage inkomens. Middeninkomens zullen zich dit alleen kunnen veroorloven als ze het verlof verspreiden over een langere periode in combinatie met deeltijd,’ zegt Jessica van Ruitenburg, beleidsadviseur arbeid en zorg bij vakorganisatie FNV. ‘Daardoor denken we dat dit juist tot nóg meer deeltijdwerk onder vrouwen zal leiden.’ De bond is blij dat het betaalde verlof voor partners steeds langer wordt, zegt Van Ruitenburg: het is beter dan niks. Het probleem ligt in de invulling van dit beleid. Je zou kunnen denken: ach, vakbond roepen altijd maar ‘meer, meer’. Maar Van Ruitenburgs kritiek wordt ondersteund door alle onderzoeken die ik lees en alle deskundigen die ik spreek op dit gebied. Socioloog Renske Keizer vat het samen: ‘Hoe lager het percentage van het oorspronkelijke salaris dat doorbetaald wordt, hoe meer het vooral de hoger opgeleiden zijn die het zich kunnen veroorloven om verlof op te nemen − zij hebben ook vaak meer egalitaire ideeën over genderrollen.’ Ik ontdek nog iets: alleen partners in loondienst mogen er gebruik van maken Pas als partners zo’n 80 procent van het salaris krijgen doorbetaald, zullen zij ook op grote schaal met verlof gaan, blijkt uit veel onderzoek, onder meer van de Europese Commissie. Anders wordt het te duur, vooral voor kostwinners − in de praktijk juist de groep die het kabinet met deze regelingen wil bereiken. Toch kiest het kabinet voor 50 tot 70 procent doorbetaling voor het leeuwendeel van de nieuwe verlofweken. De verschillende percentages laten ook zien hoe complex de lappendeken van regelingen is. De eerste week heet officieel geboorteverlof, week twee tot zes is extra geboorteverlof (leken noemen dit meestal allemaal partner- of vaderschapsverlof). De twee daaropvolgende maanden met 50 procent doorbetaling zullen officieel betaald ouderschapsverlof heten. ALLEEN PARTNERS IN LOONDIENST Dit ontdek ik allemaal pas als ik de kleine letters van de regelingen induik. En ik ontdek nog iets: alleen partners in loondienst mogen er gebruik van maken. Interessant, gezien het feit dat zzp’ers oververtegenwoordigd zijn in Nederland ten opzichte van de rest van Europa. In Zweden mag iedereen met betaald partnerverlof, ook zzp’ers. Wel zo logisch, omdat zij ook meebetalen aan de Zweedse versie van het arbeidsongeschiktheidsfonds, de pot die het verlof financiert. (Ik hoor wel van hoogleraar Duvander dat de regeling voor Zweedse zelfstandigen ‘een administratieve rompslomp’ is en dat het moeilijk is om een fatsoenlijke uitkering te krijgen.) Onder de streep zal maximaal 52,5 procent van alle baby’s een vader (of andere ouder naast de moeder) hebben die echt met verlof gaat dankzij de nieuwe regelingen. Maar ik vraag me wel af: vallen niet heel veel Nederlandse ouders buiten deze nieuwe maanden betaald partnerverlof? Het kabinet geeft zelf een leidraad in de zogeheten memorie van toelichting van de WIEG: slechts 70 procent van de zwangeren heeft een partner die in loondienst werkt en uit deze groep wordt verwacht dat 75 procent echt met verlof gaat. Een woordvoerder bij het ministerie licht toe: ‘Dat zou zelfs nóg lager kunnen zijn als veel mensen hun baan verliezen vanwege corona.’ Onder de streep betekent dit dat maximaal 52,5 procent van alle baby’s een vader (of andere ouder naast de moeder) zal hebben die echt met verlof gaat dankzij de nieuwe regelingen. En het gaat hier niet om mannen die maandenlang thuis zullen blijven om patriarchale structuren fulltime te slopen. Het UWV, de instelling die de verlofuitkeringen zal uitbetalen, verwacht dat partners gemiddeld drieënhalve week met verlof zullen gaan. En volgens hoogleraar Duvander zul je pas een substantieel effect zien op de taakverdeling in het huishouden als de partner ‘zo’n vier maanden vrij is’. PASSEND NIVEAU Het beeld wordt steeds duidelijker. Als al het onderzoek aantoont dat dit nieuwe verlof veel te kort en zuinig is om zijn doel te bereiken, waarom doet de overheid dit dan eigenlijk? Misschien omdat de beleidsmakers simpelweg niet beter weten. ‘Als ik Nederlandse politici spreek, zie ik een hele grote vertraging in wetenschappelijke kennis,’ zegt hoogleraar Renske Keizer. ‘Als ik wil dat beleidsmakers kennis nemen van mijn onderzoeksresultaten, ga ik er daarom zelf actief achteraan.’ Een andere reden voor het ontwerp van deze nieuwe verlofregelingen zou de samenstelling van het huidige kabinet kunnen zijn. Een progressievere regering zou misschien meer geneigd zijn geweest om riantere uitkeringen te garanderen; D66-minister Koolmees had wellicht op meer gehoopt. Of heeft dit met EU-regels te maken? Ook Nederland moet voldoen aan een nieuwe Europese richtlijn, die álle nieuwe ouders (oké, alle ouders in loondienst) recht geeft op minimaal twee maanden doorbetaald ouderschapsverlof. Hoe hoog de uitkering moet zijn, mogen lidstaten zelf bepalen, de uitkering moet vooral ‘op een passend niveau’ zijn en het mogelijk maken voor kostwinners met verlof te gaan en tegelijkertijd ‘een behoorlijke levensstandaard mogelijk te maken’. Met die richtlijn in gedachte kiest de Nederlandse regering voor een verlofuitkering van 50 procent van het salaris. Kun je dan voorzien in een ‘behoorlijke levensstandaard’ en zullen vaders gebruik maken van dit verlof? Als je dit stuk tot hier hebt gelezen, dan weet je het antwoord. De EU-richtlijn is stelliger: de doorbetaling moet zo hoog zijn dat ook kostwinners minimaal twee maanden met verlof kunnen gaan zonder financiële schade op te lopen ‘Onze juristen zouden dit moeten beoordelen, maar de deadline voor lidstaten om deze richtlijn in te voeren is augustus 2022. Tot dat moment mag Nederland doen wat het wil,’ zegt een woordvoerder bij de Europese Commissie. Maar ook hij merkt op dat je ‘in de praktijk’ ziet dat partnerverlof met minimaal 80 procent moet worden vergoed als je je beleidsdoelen wilt bereiken. De Nederlandse regering zegt dat het ontwerp van al deze nieuwe verlofregelingen het resultaat is van ‘financiële afwegingen’. Ook interessant: ouders moeten zelf bereid zijn om ‘een bijdrage’ (zoals spaargeld) te leveren als er een kind op komst is, zegt de woordvoerder bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dat klinkt redelijk. Het botst wel met de mooie woorden in de WIEG, die stellen dat het mogelijk zal zijn voor partners in loondienst om traditionele rolpatronen te doorbreken en voor vaders om thuis te blijven met hun kleine kinderen. De EU-richtlijn is nog stelliger: de doorbetaling moet zo hoog zijn dat ook kostwinners minimaal twee maanden met verlof kunnen gaan zonder financiële schade op te lopen. DIEPGEWORTELDE ONGELIJKHEID Tijd om wat conclusies te trekken. Op dit moment is het moeilijk om veel enthousiasme te voelen over deze nieuwe maanden verlof voor vaders en andere partners. Waarschijnlijk zullen de regelingen weinig betekenen in het alledaagse leven van Nederlandse ouders en kinderen, en niet krachtig genoeg zijn om de diepgewortelde ongelijkheid tussen vrouwen en mannen tegen te gaan. Van onderzoekers in het LeaveNetwork begrijp ik ook dat de lappendeken van verlofregelingen een bureaucratische drempel opwerpt voor ouders. Als het voor alle ouders alleen maar ‘ouderschapsverlof’ heette, zou het systeem al makkelijker te begrijpen zijn en vaker worden gebruikt. Binnen de politiek werkt al jaren een ‘taskforce’ om Nederland tot een meer gendergelijk land te maken, juist omdat ouderwetse rolpatronen voor vrouwen en mannen hier buitengewoon sterk zijn. Hun rapport De(el)tijd zal het leren. Van analyse naar beleid over deeltijd heeft wellicht haar naam gekregen van dezelfde bureaucraat-met-taalknobbel die het acroniem WIEG verzon. Het rapport bevat desalniettemin een hoop plannen, zoals: maak het financieel mogelijk − zelfs aantrekkelijk − voor vaders en moeders om allebei thuis te blijven met hun kind tijdens diens eerste levensjaar. Dit onder meer door middel van 100 procent salarisdoorbetaling en ingetrokken kinderopvangtoeslag. De maatregelen in het rapport zouden inderdaad effect hebben, bevestigen de experts die ik ernaar vraag. Maar als reactie op de plannen van de taskforce  dit voorjaar voor de minst ingrijpende en goedkoopste optie. Je vraagt je af of dit een bericht uit de jaren zestig is: was één week vrij voor vaders iets om over op te scheppen? PARTNER IN PLAATS VAN KRAAMHULP Financiële afwegingen, zei de woordvoerder. Dat snap ik. Vandaar dat ik eens een eigen idee test op de experts: wat als we de kraamzorg zouden schrappen (of krachtig inperken) en een deel van het kraambudget overhevelen naar het verlofbudget? Ja, je leest het goed. Voor iemand die niet uit Nederland komt, zijn twee van de apartste dingen van dit land dat mannen heel weinig voor hun kinderen zorgen én dat er zoiets als kraamhulp bestaat. Het is begrijpelijk dat je iemand in huis nodig hebt na je bevalling, als je partner op het werk is. Maar als je dat wilt veranderen, wat beleidsmakers en anderen nu duidelijk willen, dan zou de partner de plaats van de kraamhulp kunnen innemen (mochten er geen medische redenen in de weg staan). Alle andere landen doen het ook prima zónder kraamhulp. Momenteel bedraagt het budget voor partnerverlof 173 miljoen euro per jaar, volgens het UWV. Als de middelen voor kraamzorg (384 miljoen euro) zouden worden overgeheveld naar partners om te bonden en zorgen voor hun pasgeborenen, dan zou de begroting voor partnerverlof drie keer zo groot worden. SCHIMMELVLEKKEN RAPPORTEREN Niemand is enthousiast over mijn idee. Veel van de experts die ik spreek, zijn zelf bevallen van kinderen en vertellen met passie over hoe fantastisch de kraamhulp was. Ze zeggen ook dat dan een hele beroepscategorie werkloos zou worden; dat kraamzorg sowieso verplicht is en dat de hulp een meldingsplicht heeft om huiselijk geweld of schimmelvlekken te rapporteren (onduidelijk aan wie). Laten we eerst een paar dingen rechtzetten – en voor de goede orde: dit heb ik van een woordvoerder bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport – kraamzorg is niet verplicht. Het is een recht. En: ‘Er staat nergens opgeschreven dat het de taak van de kraamhulp is om te melden of de omgeving veilig is voor moeder of kind. De opdracht is vooral om te controleren dat het fysiek en mentaal goed gaat met ze.’ Veelbelovend voor mijn voorstel. Maar via de woordvoerder kom ik er ook achter dat de kraamzorg helemaal niet wordt betaald met belastinggeld, maar wordt gefinancierd door de zorgpremie en een eigen bijdrage. Je kunt het geld dus niet zomaar overhevelen naar de pot voor partnerverlof. Jammer. Ook al gaat het me vooral om het principe. Slechts één progressieve collega lijkt me te begrijpen: ‘Je signaleert met de kraamhulp inderdaad dat een andere vrouw er beter kan zijn om te zorgen dan de vader − als er een vader aanwezig is.’ Precies. Maar met dit idee kom ik vooralsnog niet verder, denk ik. Ik ben wellicht nog steeds te on-Nederlands om het wezen van de kraamzorg helemaal te begrijpen. WAT EEN FEEST Dan herinner ik me een persbericht uit 2018. Het gaat over de WIEG: ‘Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is er trots op dat het kabinet deze stap zet.’ Een half jaar later staat de minister glimlachend op de foto in het AD, naast ‘kersverse vader Jeffrey’ in een Rotterdams ziekenhuis. Gefeliciteerd, niet alleen met je kind maar ook met een héle week betaald verlof. Wat een feest. Je vraagt je af of dit een bericht uit de jaren zestig is, het decennium waarin vaderschapsverlof voor het eerst onderwerp van discussie was in andere Europese landen. Was één week vrij voor vaders iets om over op te scheppen? Al wordt het verlof nu nog iets langer, dan nog lijkt dit geen beleid voor deze tijd. Om mezelf maar weer als casus te gebruiken: mochten mijn vriend en ik ooit nog een kind krijgen, dan zou het wellicht financieel mogelijk zijn voor hem om gebruik te maken van het nieuwe partnerverlof. ‘Ik zou er wel voor moeten sparen. Maar die twee maanden waarin je de helft van je salaris krijgt? Nee, dat zou onmogelijk zijn − dat wordt te duur. Voor wie is dat verlof eigenlijk bedoeld?’ vraagt hij retorisch.   Op onze nieuwsbrieven is ons  van toepassing. Langer dan anderhalve maand vaderschapsverlof zou heel moeilijk worden voor ons. En mijn vriend is nota bene de meest feministische man die ik ken in Nederland. Met andere woorden: voor ons en voor veel andere gezinnen zullen thuisvaders en fulltime werkende vrouwen een moeilijk streven blijven, ook na het invoeren van al deze nieuwe verlofregelingen. ZWART OP WIT Zijn al deze goedbedoelde maatregelen dan voor niets? Een hoop belastinggeld met als meest waarschijnlijke resultaat: niets? Misschien is er toch een kleine revolutie te zien. In de memorie van toelichting van de WIEG-wet schrijft minister Koolmees dat het een politiek doel is dat mannen meer voor kind en huishouden zorgen en dat vrouwen meer uren (en minder wassen) draaien. De minister erkent dat Nederland zelfs beroemd is vanwege de ongelijke verdeling van zorg en werk tussen vrouwen en mannen, met alle gevolgen van dien, en dat dat op zich ongewenst is. Source and to read more VrijNederland Tekst  Fotografie Renée de Groot VrijNederland November 14, 2020  
More
Mixed Presence Office – video now available
On November 10, 2020 The Swedish Chamber of Commerce in the Netherlands hosted a Mixed Presence Office Webinar - the office of the future – a knowledge sharing session around Organizational Culture, Environmental Psychology and Technology in collaboration with our member company SoundTribe . In this webinar we shared the insights of Workwire, AVEX and Soundtribe about the office of the future and how to tackle the challenges facing all of us in terms of performance but not at least social connections and how to keep organizations alive. We shared the insights of , SoundTribe, and , Workwire and , AVEX about how innovation, technology and environmental psychology can help to solve a lot of the issues of mix presence office and offering solutions where everyone can thrive and perform. We would like to thank Frans, Tim, Esther and Erwin for their inspiring presentations and thanks to all members and guests who joined us from our partner Chambers. Read more and see the video here:
More
Sweden bans public events of more than eight people
Sweden on Monday announced a ban on public events of more than eight people at a press conference where ministers urged the population to "do the right thing".
The new limit is part of the Public Order Act and therefore is a law, not a recommendation like many of Sweden's coronavirus measures. People who violate the ban by organising larger events could face fines or even imprisonment of up to six months. The law change will come into effect on November 24th and will initially apply for four weeks. "It's going to get worse. Do your duty and take responsibility to stop the spread of infection. I'll say it again. It's going to get worse. Do your duty and take responsibility to stop the spread of infection," said Prime Minister Stefan Löfven at the press conference on Monday. Sweden's limit on attendees at public events was reduced to 50 in March, and was raised to 300 in late October for certain types of seated events only -- although several regions chose to keep the lower limit of 50. The ban applies to public events such as concerts, performances, and sports matches, but not to places like schools or workplaces or to private gatherings. Prime Minister Stefan Löfven said "we can't regulate every social gathering" but urged people to follow the new limit at all kinds of events. "There should not be social situations with more than eight people even if they are not formally affected by the law. This is the new norm for the whole society, for all of Sweden. Don't go to the gym. Don't go to the library. Don't have dinners. Don't have parties. Cancel," he said.
The ban applies to public events such as concerts, performances, and sports matches, but not to places like schools or workplaces or to private gatherings. Prime Minister Stefan Löfven said "we can't regulate every social gathering" but urged people to follow the new limit at all kinds of events. "There should not be social situations with more than eight people even if they are not formally affected by the law. This is the new norm for the whole society, for all of Sweden. Don't go to the gym. Don't go to the library. Don't have dinners. Don't have parties. Cancel," he said.   This message was reiterated by the other ministers who took part in the press conference: Interior Minister Mikael Damberg, Financial Markets and Housing Minister and Green Party co-leader Per Bolund, Health and Social Affairs Minister Lena Hallengren, as well as Johan Carlson, the general director of the Public Health Agency. "These are very intrusive measures with no parallel in modern times," said Damberg. "We don't take it lightly to limit people's rights [...] but we see it as necessary." Bolund said that the measures would have a negative impact on the economy and that the government was ready to introduce further measures to support the worst-hit industries. "How long we have to live with these measures depends on how well you take your own responsibility and show solidarity with others," he said. Hallengren said that the measures already in place, such as regional restrictions and national recommendations, had not had a sufficient impact. "Over recent weeks, the recommendations have been sharpened and strong measures have been taken. Despite this, behaviour has not yet changed enough to turn the direction of the development. The curves are still going in the wrong direction," She asked the Swedish population not to look for "loopholes" and do everything they can to curb the spread of the virus. In the 20 , there is also a recommendation to avoid close contact with people you do not live with. An earlier exemption which meant restaurants were excluded from the limit on event attendees will also be removed when the law change comes into effect. Previously, restaurants have been allowed to host events for more than 50 people, but this will no longer be the case. More than eight people will still be allowed in restaurants at the same time (although not as part of the same group) but the change means restaurants will in practice not be able to host events such as music performances due to the eight-person limit on events. This new law change follows an announcement last week that Sweden would ban the sale of alcohol at bars, restaurants and pubs after 10pm. In connection with that announcement, Löfven gave a stark warning to residents of Sweden in a speech where he warned  and said that too many people had begun to relax.
Source and read more
 
More
The Swedish Chamber of Commerce congratulates Patron Member Ericsson with their 100 years anniversary in the Netherlands
Ericsson 100 years in The Netherlands! It’s our birthday! On Sunday 15 November 2020, we celebrate our 100thanniversary. We are proud to have been active in the Netherlands for over a century. Ericsson has been one of the driving forces as the telecommunications landscape has developed in the Netherlands. The developments in a hundred years have gone so fast, it makes us proud when we look back and see what we have achieved and what we have contributed to in recent years (). Just like the past centennial, Ericsson will continue to focus on innovation in the Netherlands and the rest of the world. This puts Ericsson at the forefront of 5G. We would have liked to celebrate this milestone with you but instead we share our highlights with you. We thank you for your cooperation and trust and look forward to defining the future together with you; our customers, our partners and our Team. Without you, we would not have been able to achieve this great milestone. Everth Flores CEO Ericsson Netherlands
More
SSAB confirms discussions regarding Tata Steel Europe Netherlands

SSAB confirms that it is in discussions with Tata Steel Group concerning a potential acquisition of Tata Steel Europe’s IJmuiden steel mill and related downstream assets.

SSAB has participated in several different discussions concerning consolidations in the European steel industry. The discussions with Tata are on-going but no decisions have been made. There can be no certainty that any transaction will materialize, nor as to the terms of any such potential transaction. Further announcement will be made in due course. For further information, please contact: Investor Relations: Per Hillström, Head of IR, per.hillstrom@ssab.com, +46 70 2952 912 Media: Mia Widell, Press Relations Manager, mia.widell@ssab.com, +46 76 527 25 01
More
Swedish Chamber Member EQT in early takeover talks with KPN: source

LONDON/AMSTERDAM (Reuters) - European private equity fund EQT is holding preliminary talks with KPN NV over a possible takeover bid that could value the largest Dutch telecommunications company at about $13 billion, a source with knowledge of the matter said.

EQT has approached both KPN’s management and the Dutch government in recent weeks to discuss a possible deal, the source said.

The buyout fund, founded in Sweden in 1994 and led by Chief Executive Christian Sinding, is working with JPMorgan on a possible deal, the source said, but negotiations are still at an early stage and no deal is certain.

KPN's top investor America Movil , which owns 16% of the Dutch firm, has not been informed of the discussions, which were first reported by Bloomberg, the source added.

EQT and KPN declined to comment while America Movil was not immediately available.

KPN shares rose almost 6.5% on Thursday to 2.64 euros.

On October 28, KPN boss Joost Farwerck told reporters during the company’s third-quarter results that KPN was not planning on being bought but remained open to interest.

“If somebody comes along with an interesting proposal, we can always listen, but we’re not focused on it,” he said.

KPN, which has a market value of 11 billion euros, competes with VodafoneZiggo and T-Mobile in the highly concentrated Dutch market and has suffered a decade-long decline in sales. Farwerck has said he does not expect a quick revival.

EQT owns the Netherlands’ second-largest fibre optic network, DeltaFiber, and may use it as a vehicle to buy parts of KPN’s fibre business and extract some synergies, or cost efficiencies, if an outright takeover fails to win the blessing of Dutch government officials, the source said.

In May, the Dutch government passed a law that allows it to block takeovers of companies in the telecommunications sector that it deems to be not in the interest of national security.

“Any deal for KPN needs to be friendly. EQT will never go hostile,” the source said.

The Netherlands’ Economic Affairs ministry, which oversees KPN, did not respond to requests for comment on Thursday.

An attempt to buy KPN for 8 euros per share in 2013, by America Movil, floundered on KPN’s poison pill defences, which are still in place.

 
Source: Reporting by Pamela Barbaglia in London and Toby Sterling in Amsterdam; Editing by Jane Merriman, Elaine Hardcastle, Kirsten Donovan
More
Roland Goldman, Swedish Member company Söderberg & Partners: Nederland biedt nog volop advieskansen
Van een business case als meer winst krijgen wij niet speciaal energie. Wij zoeken game changers, gedreven ondernemers die hun droom willen verwezenlijken.” Dat zegt Roland Goldman, die leiding geeft aan de snelgroeiende Nederlandse tak van Söderberg & Partners.
Door een reeks deelnemingen (zie kader) is het van origine Zweedse Söderberg & Partners in korte tijd een van de grootste financieel adviseurs van Nederland geworden. Naar verwachting tikt de omzet begin volgend jaar de 80 miljoen aan. Goldman vertelt dat naarmate Söderberg & Partners vastere voet in Nederland krijgt zich meer partijen bij hem melden. Goldman: “Als ik dan met die mensen praat, zeggen ze vaak iets als: ik wil de omzet verdubbelen in vijf jaar. Dan zeg ik: je hebt een goedlopend bedrijf, daar heb je ons niet voor nodig. Stel je voor dat alles mogelijk is, wat wil je dan echt? Dan blijkt dat de meesten een hogere ambitie hebben, een droom. En daar zijn wij in geïnteresseerd. Vervolgens moet blijken of de droom past bij onze ambitie. Maar het begint met die flow die energie geeft.” Söderberg & Partners neemt het liefst deel in ondernemingen die in staat zijn out of the box te denken, game changers. “Om een voorbeeld te geven: Expat Mortgages. Dit kantoor, onderdeel van de Herenvest Groep waar wij sinds begin 2020 in participeren, richt zich op hypotheken voor expats. Ik zou zelf daar zelf geen markt in hebben gezien, in de veronderstelling dat expats huren in plaats van kopen. Maar er blijken wel degelijk expats te zijn die een woning kopen. Expat Mortgages zag dat en is inmiddels een bloeiend advieskantoor met 45 medewerkers.” Goldman noemt nog een ander onderdeel van Herenvest Groep: Herenvest Corporate. “Jonge ondernemers die zich nadrukkelijk opstellen als business partner van de klant.” Maar ook de start-up In Staet is volgens Goldman een mooi voorbeeld van dromen waarmaken. Inmiddels is dit bedrijf uitgegroeid tot een serieuze speler in de verzekeringswereld van de bouw in Nederland. Partnership is wat Söderberg & Partners zoekt. Goldman: “Wij zijn zeker niet de enige partij die zich roert op de overnamemarkt. Een van de zaken die ons onderscheidt, is dat wij in principe participeren in plaats van een bedrijf volledig over te nemen. Zodat het eigen ondernemerschap blijft en daarmee de ambitie om zaken anders te doen.” Een ander verschil is dat er geen participatiemaatschappij achter Söderberg & Partners zit, zoals dat wel bij enkele andere grote adviesorganisaties het geval is. Goldman: “Söderberg & Partners is ‘here to stay’! We hebben hebben wel een private equity speler van formaat als partner erbij gekregen in de vorm van KKR, maar we zien dat meer als een bewijs dat we met de opbouw van een mooi Europees bedrijf bezig zijn. “Alle acquisities worden door de holding in Stockholm gefinancierd. We zijn inmiddels een bedrijf met een omzet van meer dan 500 miljoen euro en kunnen dus zelf veel cash genereren.”

Pensioenakkoord

Er wordt wel eens gesteld dat de Nederlandse markt voor verzekeringen verzadigd is. Wat maakt het dan voor Söderberg & Partners dan toch interessant om zo fors te investeren in Nederlandse adviesbedrijven? Volgens Goldman biedt Nederland echter juist nog volop advieskansen doordat de overheid steeds verder terugtreedt. “Die beweging is al langer gaande als het gaat om de sociale zekerheid. Maar er ligt nu ook het Pensioenakkoord, dat inzet op persoonlijke pensioenpotjes. Nu is het niet zo dat het pensioen in de tweede pijler volledig wordt geïndividualiseerd, daar is Nederland te collectief voor. Maar er gaat geheid een enorme adviesvraag ontstaan, omdat mensen toch meer verantwoordelijkheid gaan krijgen voor hun eigen pensioen. Met Montae & Partners zijn we uitstekend gepositioneerd in de adviesmarkt voor pensioen- en ondernemingsfondsen en de grotere werkgevers om het nieuwe pensioenakkoord te implementeren.” Pensioen- en financiële planning alsmede risicobeheer zijn grote kansen die het bedrijf in Nederland ziet. Waarbij het platform waar Goldman naar Zweeds voorbeeld aan bouwt in Nederland een grote rol toebedacht is. Söderberg & Partners Netherlands Services, aldus een persmededeling, levert “de technologie en persoonlijk advies om de groei van de andere Nederlandse bedrijven van Söderberg & Partners te ondersteunen”. Het platform, aldus Goldman, krijgt steeds meer vorm. Belangrijke stappen in dit verband onder meer de overname van Mijngeldzaken.nl en recentelijk EMS Nederland (volledig geautomatiseerde afhandeling van schadeclaims).
‘Door zaken slim en efficiënt aan te pakken, is financieel advies voor iedereen haalbaar’
Volgens Goldman wordt het toekomstig succes van adviesbedrijven niet alleen bepaald door vernieuwing, maar ook door vergroting van de efficiency. “De noodzaak om efficiënt te werken, verklaart voor een belangrijk deel ook de consolidatieslag die je momenteel ziet bij adviseurs, volmachtkantoren en verzekeraars. Wil je doelmatig werken, heb je een zekere omvang nodig. Daarom ook willen we bijvoorbeeld ons volmachtbedrijf nog verder uitbreiden. Trouwens ook omdat veel schadeverzekeringsproductie van financieel adviseurs tegenwoordig loopt via volmachtbedrijven die opereren als serviceproviders. Met De Waerdse Assuradeuren hebben we een mooi voorbeeld van slimme oplossingen voor particuliere verzekeringen. Het volume speelt natuurlijk ook een rol in de Internationale non-life verzekeringswereld maar zeker ook in het kader van risicomanagement en daarbij behorende complexe verzekeringsoplossingen. Met Kröller Boom hebben we zo’n superspecialist in huis.”

Rode draad

Roland Goldman is natuurlijk geen onbekende in het Nederlandse verzekeringsbedrijf. Hij was heel lang het gezicht van Mandema & Partners. Toen dit bedrijf door de toenmalige eigenaar werd afgestoten, een verkoop die door Goldman werd begeleid, was Söderberg & Partners een van de kandidaten om Mandema over te nemen. Zo ontstond het contact tussen Goldman en Söderberg & Partners, dat hem enkele jaren later vroeg om als CEO de uitbouw van de Nederlandse tak ter hand te nemen. Wat met grote voortvarendheid geschiedt, maar dus niet zonder beleid. Volgens Goldman hebben de oprichters van Söderberg & Partners “betaalbaar financieel advies voor iedereen voor ogen. Dit is zeker ook de rode draad in Nederland. Door zaken slim en efficiënt aan te pakken, is financieel advies voor iedereen ook haalbaar.” De oorsprong van Söderberg & Partners ligt in asset management, waar geleidelijk andere zaken zoals financiële planning en schadeverzekering aan zijn toegevoegd tot een geheel ontstond. Begonnen in Zweden sloeg het bedrijf haar vleugels uit naar Noorwegen en vervolgens Finland en Denemarken. In alle landen neemt Söderberg & Partners inmiddels de toppositie of een plek net daaronder in. Misschien wel dankzij de contacten die er al waren met Goldman, is Nederland het eerste land buiten de Nordics waar Söderberg & Partners zich profileert. Daar blijft het zeker niet bij. Goldman zegt dat inmiddels ook wordt gekeken naar de landen om ons heen.

Adviseur prominent

Nederland is samen met het Verenigd Koninkrijk bijzonder in de zin dat in deze landen de rol van de onafhankelijke financieel adviseur in de distributie groot is. In het moederland Zweden bijvoorbeeld, vertelt Goldman, is dit anders. “In Zweden verloopt de distributie van particuliere verzekeringen via de verzekeraars en online.” Goldman is er vast van overtuigd dat de onafhankelijke adviseur in Nederland zijn prominente positie behoudt. “Het hoort een beetje bij onze volksaard. Wij Nederlanders laten ons graag helpen. En zeker bij de complexe kwesties hebben we toch graag iemand die aan het eind van de rit onze keuze bevestigt.   “Financieel adviseurs ontwikkelen zich wel in verschillende richtingen. Er is een groep die zich meer is gaan toeleggen op financiële planning of in ieder geval meer complexe adviesvragen. De andere groep concentreert zich meer op schadeverzekeringen. Verder zie je dat lokale of regionale aanwezigheid onverminderd belangrijk is. Met Wil Stoop Assurantiën in Noord-Holland en Rivez in Zuid-Oost Nederland hebben we prachtige voorbeelden van local heroes die met hun eigen buy and build-strategie een hele mooie regionale positie opbouwen. Ons doel is om een goede landelijke dekking te bereiken, op termijn onder de landelijke naam Söderberg & Partners. Het aantal grote adviesorganisaties zal verder indikken, maar de klant moet ergens heen kunnen. Zonder kantoren in de buurt van de klant werkt het niet.”
Roland Goldman: ‘Kansen zien.’
Source and to read more: https://www.vvponline.nl/artikelen/nederland-biedt-nog-volop-advieskansen
More
Join Swe-Cham Member UpThereEverywhere at their first Place Branding Question Time

Join us for the first Place Branding Question Time 

60-minute webinar discussion panel and your opportunity to ask the experts what they think

With the COVID-19 crisis far from over, is inward investment dead as a topic? UNCTAD predicts that global foreign direct investment (FDI) flows will drop 40% this year and will fall by an additional 5-10% in 2021. Places, cities and nations need to figure out a way forward and what a post-pandemic world could look like. Will competition between places change? Is travel vital in building up business relations? Do Investment Promotion Agencies (IPA) require organizational change?   Join us for a 60-minute webinar on Thursday, November 19 at 3pm CET/ 9 am EST presented by thought leaders and experts in place branding from some of Europe’s leading places representing a range of different views, covering the UK, the Netherlands, Germany and Sweden.   The panelists will be answering your questions regarding inward investment and their thoughts about the future.     Read more and to register:
More

Patrons